De supermarkt in, even wat boodschappen halen. Het is druk. Extreem druk. Ik beweeg mij tussen alle karretjes en winkelende mensen door. Heb maar een paar kleine dingetjes nodig.

En dan ineens is er een knal….het geluid wat je in een flits vertaald naar ‚iemand valt’.

Ik draai mij om en zie een jongen huilend op de grond liggen. Ik wacht enkele luttele seconden om mijzelf er eerst van te overtuigen of er een volwassene, een ouder, bij dit jongetje hoort.

Niemand knielt neer. Behalve een vriendje. Ik zet mijn boodschappenmandje neer en ga naar het jongetje toe en kniel naast hem neer. Hij huilt verschrikkelijk. Ik begin hem wat standaard ehbo-vragen te stellen en constateer al snel dat hij een flinke smak heeft gemaakt. Hoofd, pols en schouders doen enorm pijn. Ik kijk om mij heen en vraag een vriendelijke uitziende man: „Kunt u iemand van het personeel halen”. Al vrij snel komt er een jongeman van het personeel aan en ik vraag hem de ambulance te bellen. Ik stel de jongen wat vragen om te kijken hoe alert hij is. Hij antwoord vlot: hij is 10 jaar en heet Manurai. Zijn vriendje zit naast mij en verteld mij dat hij zijn neefje is. Het personeelslid komt dichterbij en vraagt: „Bent u zijn moeder?”

 

Het is een vraag die heel veel vrouwen met regelmaat krijgen. Ook ik heb deze vraag al heel wat keren in mijn leven gehad. Elke keer in combinatie met een ander kind/tiener/jong volwassene. Mijn antwoord heeft nog nooit en zal nooit bevestigend klinken vanwege de eenvoudige reden dat ik geen moeder ben, geen kinderen heb. Toch verschijnt er op zulke momenten altijd een glimlach op mijn gezicht als ik antwoord met: „Nee ik ben niet zijn echte moeder maar voor dit moment ben ik ‚eventjes zijn moeder’.

Ondertussen is de manager gearriveerd en ook hij knielt neer. Al snel wordt mij duidelijk dat hij medisch van wanten weet en ook hij weet de jongen goed te kalmeren. Op een meter afstand staat een jongedame te praten met het neefje en probeert te achterhalen wat het telefoonnummer is van de vader of moeder van Manurai.

Manurai hoort het en ratelt een telefoonnummer op. „Alleen van thuis, haar mobiele nr weet ik niet”. De moeder wordt gebeld maar neemt niet op. De jongedame gaat fanatiek aan de slag om telefoonnummers te achterhalen van familieden. De manager spreekt als een ’eventjes zijn vader’ Manurai bemoedigend toe en het personeelslid houdt de mensen op afstand. De volgende minuten werken we samen als een team. Manurai zakt na enkele minuten wat weg en geeft geen antwoord meer. We raken niet in paniek maar weten hem snel weer bij de les te krijgen met de juiste vragen en aanrakingen. Na enkele minuten staan zijn ogen helder en beginnen de praatjes weer te stromen. Hij heeft nog steeds veel pijn en de tranen blijven over zijn wangen biggelen. De manager en ik kijken elkaar even aan en hij zegt „Pff, ik kneep hem wel eventjes”. „Ja, ik ook” zei ik, ‚maar dit is beter”.

En eventjes voel je je met elkaar als een soort familie. Zijn ’eventjes-vader en eventjes-moeder’ zitten geknield naast hem en zijn ’eventjes-tante’ belt de hele wereld rond om zijn ouders te bereiken en zijn ’eventjes-oom’ houdt de mensen op afstand. Manurai, we zijn er voor je mannetje, je ‚eventjes-familie’ is bij je!

Na 10 minuten is het ambulance personeel er. Ik maak ruimte. De manager zal bij Manurai blijven en met hem meegaan de ambulance in. Ik ben niet echt meer nodig. Met een laatste aai over zijn bol en een ‚Komt goed man’, zeg ik Manurai gedag. Dan schudden we als eventjes-familie elkaar allemaal de hand. We voelen ons eventjes-een.

En weg ben ik.

Het zijn dit soort momenten die je doen nadenken over familie-zijn. Sommige mensen zijn moeder of vader en hebben het privilege kinderen te mogen opvoeden en van ze te houden. Sommige mensen zijn vader of moeder maar hebben enorme ruzie met hun kinderen, sommigen zien hun kind nooit meer, en sommige ouders hebben een kind verloren. Sommige kinderen hebben een vader of een moeder maar ze worden mishandeld door een van de ouders. Sommige kinderen hebben één ouder of geen ouders. Sommige volwassenen zijn geen ouder.

En toch….kunnen we er voor elkaar zijn. Als we alert zijn en de momenten grijpen waarop er geen liefhebbende ouder of familielid in de buurt is en we ’eventjes-ouder/-oom/-tante/-broer/-zus’ voor dat kind, die tiener, die jongere, die volwassene kunnen zijn, dan gaan we het met elkaar redden 🙂

Ik wacht nog op een telefoontje van zijn ’eventjes-vader’, de manager. Hij zou mij bellen als hij meer wist over hoe het nu gaat met Manurai. En als ‚eventjes-moeder’ ben ik daar zeer benieuwd naar.

Eventjes moeder
Facebook
YouTube
Instagram