“Ik tel tot tien. Wie niet weg is, is gezien!”

Verstoppertje spelen. Een heerlijk spel.

Als je 1 jaar bent doet mama je knuffeldoekje over je hoofd en jij trekt het weg en mama roept ‘kiekeboe’! Je schatert het uit. Dan doet mama het doekje over haar hoofd en jij trekt het weg en roept “boe”…..en het oogcontact en de ontmoeting maken dat je opnieuw schatert van het lachen.

Als je 3 jaar bent, verstop jij je door te bukken en je handen voor je ogen te doen. Jij ziet niets dus zien de anderen jou ook niet.

Met 4 jaar verstop je je achter het gordijn en besef je niet dat het overduidelijk zichtbaar is dat jij daar staat. Jij bent verborgen en dus ziet de ander je niet.

En als je nog ouder bent, speel je het spel buiten met andere kinderen en komt er de uitdaging bij om jezelf ‘vrij te buuten’ door uit je schuilplaats vandaan te komen voordat de ‘zoeker’ jou heeft gevonden.

Verstoppen. Helaas komt het ook voor uit angst. Dan verstop jij jezelf omdat papa heeft gedronken en boos is en schreeuwt. Of je verstopt je in de kledingkast met je handen over je oren omdat mama en papa ruzie maken en je wilt er niet bij zijn en het niet horen en zien.

Enkele jaren later op school zeg je iets in de klas wat kennelijk raar is want de andere kinderen lachen je uit om het antwoord dat je geeft. Vanaf die dag verstop jij je het liefst….in de klas, op het schoolplein….als ze je niet zien, als jij niet opvalt, lachen ze je misschien ook niet uit. En doet het leven minder pijn.

We willen allemaal gezien worden. Oogcontact. Dwars door de ziel. En de blik die je ontmoet, zegt veel over acceptatie en aanvaarding. We willen zien dat de ander ons aanvaard en niet veroordeelt. Dat we ogen ontmoeten die lachen en vol zachtheid en begrip ons zien zitten. Verstoppertje is leuk vanwege de verassende ontmoeting! Als we verstoppertje spelen en niemand komt ons zoeken of we laten ons niet vinden, is het spel niet leuk meer. De spanning en het enthousiasme zitten in ‘elkaar vinden’.

Zo ook die middag. Jij en ik zijn de hele dag samen maar meestal met andere mensen in de buurt. Dat bepaalt een beetje ons gedrag. In het bijzijn van anderen zijn er meer ogen op ons gericht. Meer mensen die iets kunnen ‘vinden’ van ons.

Maar dan komen we op de boulevard en is er niemand behalve jij en ik en de koude wind. Het is een lang stuk weg wat we samen afleggen, zonder andere ogen. En de 10 minuten die volgen zijn kostbaar. Want op dat stukje weg, hebben we plezier. Je wilt stoeien en tikkertje doen. Ik ren achter jou aan en jij rent achter mij aan. Je duwt en stompt en ik ‘vecht’ terug. Je schatert en ik lach. Ik til je op en zwaai je rond. Ik val zogenaamd door jouw stomp op de grond. We zien elkaar. We genieten van elkaars lach. En ik voel het leven volop stromen.

We lachen niet omdat we leuk willen zijn voor die ander. We maken geen grapjes om de grapjas uit te hangen voor die ander. We zijn. We zien. Elkaar.

We zijn blij met elkaar omdat we dat lezen in elkaars ogen. We vinden elkaar.

“Ik tel tot tien, wie niet weg is, is gezien!”

Voor mij komt die extra dimensie erbij in het leven dat ik weet dat God mij ziet. Zonder veroordeling. Vol liefde. Vol erkenning en aanvaarding. De momenten met Hem, zonder anderen erbij, zonder andere ogen. Gewoon Hij en ik. Weten dat je weet dat je leeft, geliefd bent, gekend bent, gezien wordt door een liefdevolle hemelse Vader! Dan stroomt het leven ten volle!

“Ik tel tot eeuwig, Ik heb je gezien!”

Ik zie je

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.