De gemeenteraadsverkiezingen zijn geweest. De onderhandelingen zijn begonnen. Wij zijn als CU de kleinste partij en verwachten niet mee te doen in de coalitie. Maar in de voorgesprekken blijkt dat de grootste partij niet aan de slag wil met een coalitie met met een Raadsakkoord: waar zijn we het met z’n allen over eens als zijnde 10 partijen en kunnen we aan de hand daarvan een college vormen?. Dat klinkt best heel gaaf.
Na enkele weken blijkt het toch anders te lopen. Ik schrijf er een metafoor over:

“Het is alweer twee weken geleden dat we een enerverende raadsvergadering hadden. Twee weken waarin het betrekkelijk rustig is gebleven en we weinig hebben vernomen van wat er gaande is bij de coalitie.

De onderhandelingen na de verkiezingen zijn ingezet door de grootste partij, Velsen Lokaal. Hun inzet is oprecht en met zeer integere intenties. Tegelijkertijd is het verwarrend.

Opzet van het proces: “We komen met tien partijen eerst tot een veelkleurig raadsakkoord (= waar willen we met z’n allen echt voor gaan), dan betrekken we de burger en dan komen we tot het benoemen van wethouders en een college. We willen af van de termen coalitie en oppositie en insteken op een gezamenlijk raadsakkoord.” Prachtig!

In de eerste ronde heeft elke partij afzonderlijk een gesprek gehad met VL. Wij hebben dat als goed en open ervaren en ons werd ook gevraagd of wij ideeën hadden over hoe de burger in het voortraject al te betrekken. Wij hebben enkele opties genoemd er van uitgaande dat het betrekken van de burger snel ingezet zou worden.

Dan is het even stil en dan wordt ineens verteld dat vijf partijen, laten we een metafoor gebruiken, het met elkaar eens zijn geworden dat ze allemaal één kleur erg mooi vinden. De klik was vooral met de kleur geel en daarom vormen ze nu de ‘beoogde’ gele coalitie en hebben ze ook al vijf ‘beoogde’ gele wethouders benoemd. De grootste partij heeft de regie en kan bepaalde keuzes maken. Dat recht hebben ze. Tot dat moment nog steeds geen inspraak van de burger.

Maar nu komt het. In het proces dat nu volgt en waar het eigenlijk om gaat, het raadsakkoord met de veelkleurigheid van alle partijen, mag je eigenlijk niet praten over geel. Dat is ouderwets. Vroeger had je coalitie en oppositie, in onze metafoor kleur geel en blauw. Maar nu gaan we het hebben over veelkleurigheid, een raadsakkoord. En daarin klinkt zeer oprecht de boodschap: “Stop nu met praten over geel! Daar moeten we echt van af.”

De raadsvergadering start en er komen kritische opmerkingen met het doel het proces te scherpen. Dat was toch de bedoeling? Veelkleurigheid. Met z’n tienen beslissen?

Dan blijkt dat kleur geel al in de meerderheid is en dat ook duidelijk, middels een meerderheid van stemmen, te kennen geeft. En als je het niet eens bent met geel, saboteer je eigenlijk het hele proces richting raadsakkoord en ben je niet vernieuwend en niet constructief (opbouwend).

Nog steeds geloven we in de zeer oprechte vernieuwende intenties. Maar de volgorde klopt niet.

Aan het einde horen we van de formateur dat de vijf partijen al twee keer met elkaar in gesprek zijn geweest. Niets daarover was bekend bij de andere partijen. De gehoopte transparantie is ook even niet te vinden.

Echt vernieuwend zou zijn: Negen gesprekken met negen partijen. Inzicht krijgen in elkaars wensen. Dan met tien partijen een raadsakkoord maken. Dan bekijken welke vijf personen de wethouders-posities kunnen bekleden en daarmee het college vormen. En dan vooral niet praten over de kleur geel maar direct de veelkleurigheid opzoeken met elkaar.

Vier partijen (Waaronder CU) hebben oprecht het idee dat de volgorde van dit proces de veelkleurigheid niet benadrukt. En wij zien het nu niet zitten om te praten over een veelkleurig raadsakkoord met tien partijen terwijl vijf hun gezamenlijke kleur al hebben bepaald.

Het doet mij denken een Bijbels principe waar gesproken wordt over oude wijn en oude wijnzakken, maar ook over nieuwe wijn in nieuwe wijnzakken. Het lijkt er hier op dat men oprecht aan de nieuwe wijn wilt beginnen maar alsnog is terug gevallen op de oude wijnzak. En als er nieuwe wijn in oude wijnzakken komt…..scheurt de wijnzak. Laten we er vanuit gaan dat dit niet gebeurt.

We gaan er namelijk nog steeds van uit dat we met de vijf niet gele/ andere kleuren in de komende vier jaren een goede aanvulling zullen zijn op het raadsakkoord en zullen inzetten op samenwerken en verbinden. Samen voor Velsen blijft voor ons gelden! En dan zullen de gele partijen ook best hun andere kleuren laten zien.”

Elsa 26-04-2018

 

Dat schreef ik en dit schrijven heeft de gemoederen nogal bezig gehouden. De kleur GEEL is nu niet meer onpartijdig. Het heeft betekenis gekregen.

Het is voor mij een zoeken in deze wereld van de politiek hoe ik mijzelf vertegenwoordig als christen. Ik wil integer blijven, oprecht en rechtvaardig. Ik wil prikkelen en soms het debat aangaan omdat dit niet verkeerd is. Dat leer ik in de politiek. Waar we als christenen vaak weglopen van conflicten en bang zijn voor het oneens zijn met elkaar, durft de politiek dit op te zoeken om elkaar daarin juist te scherpen. En dan is er niemand zielig of hard.

Het vraagt om Goddelijke wijsheid en liefde. En Zijn rechtvaardigheid want ook dat is een karaktertrek van God!

Met welke woorden ik spreek, blijft belangrijk. Mijn doel is niet de ander kapot te maken maar telkens weer te zoeken naar wat WEL kan.

Ik leer veel.

 

Veelkleurigheid

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.